Door de vele afmeldingen bleef er op vrijdagavond 27
februari slechts een handjevol schakers over in de tuinzaal. Geen volle
speelavond dus, maar dat betekent zelden rustige partijen. Negen spelers namen
plaats achter het bord en om kwart voor acht kon de strijd beginnen.
 |
| Auke Wouda (W) - Martijn van Duijn (Z) |
Auke
Wouda had de witte stukken tegen Martijn van Duijn, die
deze avond een simultaan speelde tegen zowel Auke als Trienke. Auke koos voor
een soort Réti-opstelling, maar Martijn kreeg het er niet warm van. Hij nam al
snel het initiatief over en wist in het middenspel een stuk te winnen, iets wat
Auke pas enkele zetten later zelf ontdekte. Vanaf dat moment was het vooral
techniek. Martijn ruilde rustig af en loodste de partij naar een gewonnen
eindspel. De eerste overwinning van de avond was daarmee een feit.
 |
| Chris Draijer (W) - Kevin Schouten (Z) |
Chris Draijer
opende met 1.e4 tegen Kevin Schouten, die zoals vaker mikte op zijn
vertrouwde Caro-Kann. Chris ging echter snel uit het theoretische boekje,
waarna Kevin via een provocerend paardzetje alsnog in een Frans-achtige
stelling terechtkwam. Iets bekender terrein voor hem. Na een aantal manoeuvres
en een afgewezen dameruil sloeg Kevin toe. Hij won een centrumpion en kreeg
daarbij actief spel. Toen Chris vervolgens een penning over het hoofd zag, ging
het hard: eerst een kwaliteit, daarna een volledig stuk. Chris vond het
voldoende geweest. Kevin wint.
 |
| Sjors Boersma (Z) - Mick Schouten (W) |
Mick Schouten
kreeg tegen Sjors Boersma een Siciliaan tegenover zich en koos voor de
gesloten variant met de bekende Grand Prix Attack.
Met f4 op het bord ontstond direct initiatief en volgens de computer kreeg Mick
in het middenspel zelfs een winnende stelling. Maar de computer mag je tijdens
de partij niet gebruiken. Ergens onderweg glipte de winst uit zijn handen en
bleef een ogenschijnlijk gelijk eindspel over. Toen Mick vervolgens één
schaakje over het hoofd zag, was het meteen klaar: een dubbele aanval op koning
en toren besliste de partij. Sjors pakte het punt, Mick bleef achter met het
gevoel dat hier meer in had gezeten.
 |
| Jan Brinkman (Z) - Herman Beks (W) |
De topper van de avond was
zonder twijfel het duel tussen Herman Beks
en koploper Jan Brinkman. Partijen tussen deze twee beloven altijd
vuurwerk.
Herman opende met d4, Jan zette zijn Benoni op het bord.
Al vroeg kwam Herman met een nieuwtje, maar lange tijd bleef de balans intact.
Jan zocht spel op de damevleugel, terwijl Herman nauwkeurig bleef verdedigen.
En dan kan je als koploper twee dingen doen: proberen de partij rustig richting
remise te sturen, of doen wat Jan bijna altijd doet. Op een ogenschijnlijk
normaal moment besloot hij weer vol voor het initiatief te gaan.
“De dood of de gladiolen,” zei hij. Een door een dame gedekte pion werd met de
toren geslagen. Volledig in zijn natuur. Jan speelt vanaf dat moment op het
uiterste randje. Dit keer pakte het verkeerd uit. Een onnauwkeurige koningszet
gaf Herman de kans tot een krachtig torenoffer. De stelling kantelde volledig:
twee torens van Jan tegenover dame en loper van Herman bleken onvoldoende. Jans
vrijpion ging verloren en daarmee ook de partij.
De koploper ging ten onder
maar wel op zijn eigen, eervolle manier.
 |
| Trienke Wijmenga (W) - Martijn van Duijn (Z) |
In de laatste partij van de avond nam Trienke Wijmenga
het met wit op tegen Martijn van Duijn, die dus al één overwinning
op zak had. Ook hier verscheen een Siciliaan op het bord.Lang bleef het
onduidelijk wie beter stond. Beide spelers kampten met dubbele pionnen en
kleine positionele zwaktes. Pas in het toreneindspel wist Martijn het verschil te
maken. Met nauwkeurige penningen en actief torenspel won hij meerdere pionnen.
Trienke bleef nog vechten, maar de uitkomst stond vast.
Met twee overwinningen op één avond slaat Martijn een
belangrijke dubbelslag en neemt hij de koppositie over in de competitie.
Verslag
Kevin Schouten