Ik ben de archieven schaakclub Rijs ingedoken en kwam helaas niet verder dan 1999/2000. Dat is zonde want de club heeft een rijke geschiedenis. Het onderstaande stukje is dus gebaseerd op alle seizoenen vanaf 1999.
Ongeslagen schaakkampioenen
Een heel seizoen ongeslagen blijven; iedere clubschaker weet hoe moeilijk dat eigenlijk is.
Schaken is meer dan alleen zetten op het bord. Je vorm wisselt, je hebt een slechte dag op het werk, slaapt een nacht minder goed of mist net dat ene tactische motief. Over een seizoen van zo’n dertig speelavonden gaat het bijna altijd wel ergens mis. Eén blunder, één slechte stelling, één nederlaag.
Juist daarom is het zo bijzonder wanneer iemand een volledig seizoen zonder één verliespartij doorkomt.
In de geschiedenis van SC Rijs e.o. is dat maar een handvol spelers gelukt.
De ongeslagen kampioenen
Herman Beks (2010/2011)
21 gespeeld – 17 winst – 4 remise – 0 verlies (90%)
Wim de Groot (2011/2012)
Wim de Groot (2011/2012)
23 gespeeld – 15 winst – 8 remise – 0 verlies (83%)
Chris Draijer (2017/2018)
23 gespeeld – 13 winst – 10 remise – 0 verlies (78%)
Vooral het seizoen van Yousef springt eruit: slechts één half puntje gemorst. Dat is pure dominantie.
Memorabele momenten
De bijna-perfecte reeks van Martijn
Een ongeslagen seizoen vraagt niet alleen kwaliteit, maar soms ook een beetje geluk.
Ik herinner me nog goed een partij van regerend kampioen Martijn van Duijn, vorig jaar tegen Jelle Jeltema. Zelf zat ik op dat moment in Spanje, maar via appjes bleef ik op de hoogte.
Rond elf uur kreeg ik een bericht van Mick:
“Er is nog geen stuk geslagen.”
Dat zegt genoeg. Twee sterke spelers die elkaar geen millimeter ruimte geven.
De berichten die volgden wezen allemaal op een remise. Na twaalven ging ineens mijn telefoon:
“Martijn heeft gewonnen.”
Vanaf dat moment dacht ik: als je zó’n taaie partij toch naar je toe trekt, dan valt alles blijkbaar jouw kant op.
Toch bleek hoe moeilijk perfectie is. Later dat seizoen was het Chris Draijer die hem met de zwarte stukken en zijn geliefde Hollandse verdediging pijnlijk zijn eerste nederlaag bezorgde. De ongeslagen status verdween en daarmee werd nog maar eens duidelijk hoe zeldzaam zo’n reeks is.
All or nothing: Jan Brinkman
Niet iedereen hoeft ongeslagen te blijven om dominant te zijn.
Jan Brinkman is daar misschien wel het beste voorbeeld van. Met zijn aanvallende stijl en scherpe combinaties speelt hij zelden “voor remise”. Bij Jan staat het bord eigenlijk altijd in brand. Waar anderen eerst alles dichttimmeren en rustig aftasten, gooit hij er liever vroeg een pion of stuk tegenaan om te kijken wat er gebeurt. Het is vaak alles of niets en eerlijk gezegd een stuk leuker om naar te kijken.
In 2012/2013 leverde dat een indrukwekkend seizoen op:
20 partijen – 16 winst – 2 remise – 2 verlies.
Een score waar de meeste schakers alleen maar van kunnen dromen.
Uit het archief van dat seizoen vond ik zelfs nog dit fragment:
‘’Het lot bepaalde dat deze ronde direct met een kraker van start ging: de wedstrijd tussen regerend clubkampioen Wim de Groot en nummer 4 van vorig jaar Jan Brinkman.
Jan zorgde voor een sensatie met een overrompelende aanval in de openingsfase. Jan won met zijn offensieve spel een paard en al snel de partij. Wims’ eerste competitienederlaag in ruim een jaar was een feit en hij moet nu in de achtervolging op zijn concurrenten om zijn titel te houden.’’
Jan zorgde voor een sensatie met een overrompelende aanval in de openingsfase. Jan won met zijn offensieve spel een paard en al snel de partij. Wims’ eerste competitienederlaag in ruim een jaar was een feit en hij moet nu in de achtervolging op zijn concurrenten om zijn titel te houden.’’
Dat typeert Jan eigenlijk perfect. Niet langzaam uitmelken, maar er vol bovenop. Als je tegenover Jan gaat zitten weet je van tevoren al: dit wordt geen rustige avond. Voor je het weet staat er ineens een stuk minder op het bord en meestal is dat dan jouw stuk.
Met een winstpercentage van 85% was het geen foutloos seizoen, maar wel één dat weken voor het einde al beslist leek. Spectaculair schaken levert soms nét wat extra risico op, maar minstens zo vaak grootse resultaten. En eerlijk is eerlijk: een kampioenschap win je niet alleen met voorzichtig schuiven.
Soms moet je gewoon vol gas durven geven. Jan deed dat. En de rest mocht proberen bij te blijven.
Fotofinish tussen Draijer en Beks
Soms vertellen cijfers niet het hele verhaal.
In 2018/2019 werd Herman Beks kampioen met 19 uit 25 (82%). Een ijzersterk seizoen.
Maar opvallend genoeg was het Chris Draijer die dat jaar ongeslagen bleef:
24 partijen – 18 winst – 6 remise – 0 verlies.
Met 87,5% was hij zelfs de meest scorende speler van de competitie. Toch greep hij net naast de titel. Een zeldzaam voorbeeld waarbij “ongeslagen” niet automatisch “kampioen” betekende.
In het archief kwam ik dit fragment tegen:
“Jelle Jeltema koos voor een Siciliaanse verdediging met de Drakenvariant. Witspeler Herman Beks zag aanvankelijk geen kans om hem met combinaties te verrassen. Pas in het eindspel kon hij een gunstige ruil van stukken afdwingen, onder dreiging van een paardenvork. Rond de klok van elven berustte Jelle in een nederlaag. Herman voert hierdoor nu stevig de ranglijst aan.’’
Grappig genoeg deed dit me meteen denken aan het verhaal over Martijn tegen Jelle. Weer Jelle. Weer zo’n lange, taaie partij. Weer een eindspel dat pas laat op de avond beslist wordt. Alsof sommige wedstrijden standaard pas na tienen echt beginnen.
Het zegt ook iets over kampioenen. Niet altijd flitsende offers of spectaculaire matcombinaties, maar juist geduld. Wachten en schuiven. Net zolang tot er ergens een klein scheurtje in de stelling ontstaat en dan toeslaan. Herman had dat seizoen die kwaliteit voortdurend.
En precies dat soort overwinningen, de “saaie” grindpartijen die stiekem goud waard zijn, maken uiteindelijk het verschil tussen hoog eindigen en kampioen worden.
Chris verloor dat jaar van niemand.
Herman won net een partij meer op het beslissende moment.
Waarom het zo moeilijk is
Een heel seizoen ongeslagen blijven vraagt meer dan alleen goed kunnen schaken. Het vraagt discipline, focus, consistentie en soms ook dat ene beetje geluk op precies het juiste moment.
Maar misschien is dat juist wat het zo bijzonder maakt. Schaken is mensenwerk.
Met twijfels, misrekeningen en avonden waarop je gewoon nét niet scherp genoeg bent. Juist daarom voelt een ongeslagen seizoen bijna als iets onnatuurlijks, alsof alle puzzelstukjes een paar maanden lang perfect in elkaar vallen.
En dat gebeurt maar zelden.
Perfectie is uitzonderlijk maar de jacht ernaar maakt ieder seizoen weer de moeite waard.
Verslag: Kevin Schouten