Maandag 9 februari 2026 stond voor het eerste team van Rijs een belangrijke uitwedstrijd op het programma tegen SC O.D.I. in Workum. Op papier leek er een klein voordeel voor Rijs: bij de thuisploeg ontbrak topspeler Cedric de Jong (1868 elo).
Opstelling:
Bord 1 – Martijn van Duijn – Pieter de Boer
Bord 2 – Tom Houtsma – Chris Draijer
Bord 3 – Jan Brinkman – Martin Versteege
Bord 4 – Albert van der Kloet – Herman Beks
Het beloofde een spannende avond te worden. En dat werd
het ook.
| Bord 4: Albert van der Kloet (1688) - Herman Beks (1794) 0-1 |
Na 1.e4 koos hij voor een Siciliaan. Al vroeg in de
opening verscheen er een vervelende penning op het bord waar zijn tegenstander
niet goed mee omging. Herman snoepte een pion mee en sprong meteen met zijn
paard de stelling binnen. Even later volgde pion nummer twee.
In het middenspel kwam er na een dameruil nóg een pion
bij.
De stelling van Albert van der Kloet kraakte aan alle kanten.
Een poging
om met de koning richting de vrijpionnen te lopen bleek juist funest: hij liep
recht het arsenaal van Herman in.
Een overtuigende partij en een vroege 1-0 voorsprong voor
Rijs.
Altijd lekker beginnen.
| Bord 3: Jan Brinkman (1786) - Martin Versteege (1810) 1/2 - 1/2 |
Dames van het bord, pion weg… dat zag er even zorgelijk uit.
Jan gooide er een paard tegenaan. Of het helemaal correct
was? Dat laten we aan de engines over. Het zag er in ieder geval gevaarlijk
uit. Zijn tegenstander koos eieren voor zijn geld, rokeerde lang en Jan won
zijn pion terug.
Wat overbleef was een droge stelling met licht initiatief
voor Jan, maar zonder echte kansen. De vrede werd getekend. 1½-½ voor Rijs.
_____________________________________________________________________________
| Bord 2: Tom Houtsma (1702) - Chris Draijer (1796) 1/2-1/2 |
Stapje voor stapje schoof hij zijn stelling naar voren.
De f-pion rukte op naar f4, velden werden veroverd en Tom Houtsma kwam steeds
krapper te staan. Er dreigde van alles en veel “logische” zetten bleken ineens
helemaal niet zo logisch meer.
Toen Tom eindelijk dacht dat vervelende paard te
kunnen ruilen, zette Chris er nog een gemene penning op. Resultaat: een
kwaliteit winst. Vanaf dat moment speelde Chris vooral op controle. Hij wist:
dit kan ik niet meer verliezen. Met minimaal remise in de pocket hield hij een
schuin oog op bord 1.
| Bord 1: Martijn van Duijn (1886) - Pieter de Boer (1819) 1/2-1/2 |
Martijn kwam iets prettiger uit de opening, maar het
voordeel was klein. Pieter bood remise aan, Martijn wees dat eerst af en
probeerde nog wat te drukken.
De stelling was ontzettend taai en er leek niets
concreets op het bord te zijn. Ondertussen fluisterde Chris dat een half punt
genoeg zou zijn voor de teamwinst.
Martijn bood alsnog remise aan. Geaccepteerd. Vrijwel
direct daarna schoof ook Chris de hand naar voren.
_____________________________________________________________________________
Met deze belangrijke uitzege op zak lijkt de
kampioenskraker tegen Lemmer 1 steeds dichterbij te komen. En als deze vorm
wordt vastgehouden, belooft dat nog wat